Poollicht of noorderlicht Foto: Fru Amundsen ©
Foto: Fru Amundsen ©

Noorder- en zuiderlicht ontstaat als gevolg van activiteit van de zon, in wisselwerking met het magnetisch veld rond de aarde. Vanaf de zon komt een permanente ‘wind’ van positief en negatief geladen deeltjes. Deze magnetisch geladen zonnewind botst op het magnetisch veld van de aarde. Onder bepaalde omstandigheden glipt deze zonnewind door een opening in dit magnetisch veld van en worden de deeltjes naar de beide poolgebieden van de aarde getrokken.
Deze energierijke deeltjes in het van de zon afkomstige plasma komen op een hoogte van enkele honderden kilometers in botsing met atomen en moleculen in de atmosfeer. Bij deze botsing ontstaat overtollige energie die zich toont als licht. Zo ontstaat in een ring rond de noordpool het noorderlicht en in eenzelfde ring rond de zuidpool het zuiderlicht.

Als de deeltjes botsen op zuurstof, zien we op aarde een geelgroene of rode kleur. Botsen de deeltjes op stikstof, zien we blauwe tinten. Het noorderlicht bevindt zich op 80 tot 500 km hoogte. Zonnewind uit coronale gaten of van een explosie op de zon (CME) veroorzaakt extra hevig of intens poollicht.

Poollichtovaal

Zonnewind veroorzaakt een vrijwel permanente poollichtzone rond de polen. Noord-Noorwegen ligt min of meer onder deze ovaal en dat is de reden dat het noorderlicht daar zo vaak te zien is.  Om de reikwijdte van de poollichtovaal aan te geven, gebruikt men de Kp-index van 0 tot 9. Om het noorderlicht op de Lofoten of in Tromsø te kunnen zien is een Kp-index van 1 of 2 voldoende. Daarnaast moet het helder weer zijn en donker – na zonsondergang en weg van lichtvervuiling. Om het noorderlicht in Nederland te kunnen zien is een Kp-index van 6 of meer noodzakelijk.

Wij zagen 55 van de 58 (tot en met winter 2018) door ons uitgevoerde noorderlichtreizen het poollicht minimaal 1 tot zelfs 5 avonden per reis, goed met het blote oog! Reist u met ons mee?