Foto: Fru Amundsen
Foto: Fru Amundsen

In de herfst zijn in de Noorse natuur uitgesproken kleuren te bewonderen: Scharlakenrood, okergeel en knaloranje. Kortere dagen en koudere nachten zijn voor veel struiken en bomen een signaal om de chlorofylproductie (bladgroen) te stoppen. Deze stof kleurt bladeren groen en verzorgt de energieproductie van de struik of boom. Bij weinig licht en lage temperaturen vertraagt dit proces zodanig dat het geen zin meer heeft. Het bladgroen wordt daarom afgebroken waarbij elementen als ijzer en kalium vrijkomen. Deze worden in de stam opgeslagen: Het is voor de struik of boom van levensbelang dat deze elementen uit de bladeren worden teruggehaald voordat ze afvallen. Het uiteindelijke resultaat is dat de groene kleur uit het blad verdwijnt en de herfstkleuren tevoorschijn komen. De gele (xanthofyl) en oranje (caroteen) kleurstoffen waren er al, maar werden gemaskeerd door het groene chlorofyl.

De rode kleur van de bladeren wordt veroorzaakt door de stof anthocyaan. Deze stof wordt alleen in de herfst in de bladeren aangemaakt. Sommige soorten vormen deze stof bijna niet, andere juist extreem veel. Ook binnen één soort kunnen grote verschillen optreden, afhankelijk van de hoeveelheid licht en koolhydraten.

Vooral de vorming van de rode kleurstof is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Het gunstigst zijn zonnige, droge en warme herfstdagen, afgewisseld door nachten met lichte vorst. Onder dergelijke omstandigheden verlopen de stofwisselingsprocessen in het blad op volle toeren en er wordt dan snel veel rode kleurstof gevormd.

De weersomstandigheden voor dit proces zijn vaak het best in het Gudbrandsdal, Rondane en Dovre.