Op verzoek van de Noorse regering zette Richard With op 2 juli 1893 met het stoomschip Vesteraalen koers naar Noord-Noorwegen om een route uit te stippelen die de verre arctische gebieden met het zuiden van het land zou verbinden.

Foto: Feikje Bosveld

Een hachelijke expeditie omdat er toentertijd ten noorden van Trondheim nog maar 28 vuurtorens stonden en er waren slechts twee hydrografische kaarten beschikbaar. Desondanks bewees Richard With dat de zeereis mogelijk was en hij wordt dan ook als de vader van Hurtigruten (de snelle route) beschouwd.

Vanaf 1893 werd in de zomer een wekelijkse route gevaren tussen Trondheim en Hammerfest, en tussen Trondheim en Tromsø in de winter. In 1898 werd Bergen de zuidelijke eindhaven en Kirkenes werd vanaf 1914 het noordelijke eindpunt. De reis van Bergen naar Kirkenes en terug duurt 12 dagen en onderweg worden in totaal 34 havens aangedaan.

De dienst bleek een revolutie te zijn voor de Noorse kustlijn. Eindelijk was in Noord-Noorwegen sprake van een betrouwbare vervoersdienst voor goederen en mensen. Het zakenleven langs de kust kreeg een enorme impuls en voor de bevolking van de kuststrook ontstonden talloze nieuwe mogelijkheden.

Toerisme was al in een vroeg stadium belangrijk voor Hurtigruten. ’s Zomers werden speciale toeristische routes gevaren en de middernachtzon en de Noordkaap waren de grote trekpleisters. Tegenwoordig wordt Hurtigruten gezien als een van de grootste attracties van Noorwegen en internationaal erkend als ’s werelds mooiste zeereis. De route tussen Bergen en Kirkenes is 1250 zeemijlen (2315 kilometer) lang. Op een 12-daagse reis leggen de schepen van Hurtigruten dus 2500 zeemijlen af.