Odin is de belangrijkste god in de Noordse mythologie. Bij ons staat hij ook bekend onder de naam Wodan en is naamgever van de ‘woensdag’.  Odin is de god van de wijsheid, strijd en dood. Wijsheid verkreeg hij door zijn ene oog aan de reus Mimer op te offeren en hij voedde zijn wijsheid verder door negen dagen aan de wereldboom Yggdrasil te hangen.  Odins vrouw heet Frigg en Balder en Tor zijn de bekendste van zijn zonen, waarbij Frigg niet de moeder van al zijn zonen is. Het Walhalla is Odins woonplaats. Dat is de plek waar alle tijdens de strijd gevallenen verder vechten. Het geloof in het Walhalla was de oorzaak voor de onbevreesdheid van de Vikingen. Als zij het gevecht niet overleefden, kwamen zij immers in voor hen hemelse omstandigheden terecht.

Foto: Fru Amundsen
In de muren van het raadhuis van Oslo zijn houten tableaus met voorstellingen uit de mythologie geplaatst. Onder meer is Odin op zijn paard Sleipnir hier te zien.

Volgens de mythologie is Odin één van de scheppers van de wereld. Hij is altijd onderweg en tussen de mensen om nieuwe kennis op te doen. Daarbij krijgt hij hulp van de raven Huginn en Muninn (‘gedachte’ en ‘herinnering’) die de wereld over vliegen en verslag aan hem uitbrengen zodat hij altijd van alles op de hoogte is.

Odin kan zich in allerlei gedaanten veranderen en beleeft zo vele avonturen.  De speer Gugner die nooit haar doel mist draagt hij met zich mee. Odins vervoermiddel is het snelste paard van de godenwereld, het achtbenige paard Sleipnir. Verder bezit hij nog het varken Særimne; elke dag wordt het varken geslacht en gegeten, waarna het er de volgende dag weer is zodat niemand in het Walhalla honger hoeft te lijden.